De afgelopen jaren hebben we te maken gehad met een hoge inflatie. Waar de inflatie vóór 2022 jarenlang relatief laag lag en onder meer de Federal Reserve (Fed) in Amerika en de Europese Centrale Bank (ECB) de economie stimuleerden om het inflatiecijfer naar de gewenste 2% te krijgen, sloeg de inflatie eind 2021 en in 2022 juist volledig door. Na 2022 kwam deze ontwikkeling weer tot rust, al bleef de inflatie schommelen rond 3,5% in Nederland. De verwachting is dat het percentage de komende jaren weer terugzakt richting 2%.
Lonen stijgen mee, maar spaargeld niet
De lonen zijn in deze tijd over het algemeen behoorlijk gecompenseerd. Hierdoor is de koopkracht nog redelijk op niveau gebleven. Het spaargeld is echter niet gecompenseerd. De rente op een flexibele (opneembare) spaarrekening was begin 2022 zelfs nog negatief en sloeg later in dat jaar pas om naar een positieve rente. Het is bij de grote banken in Nederland op het hoogste punt ongeveer 1,5% geworden, maar later ook weer wat gedaald. Zo kan het dat spaargeld in 2022 bijna 10% minder waard werd en in de jaren daarna ongeveer 1,5%-2% per jaar minder waard werd.
Stel dat je op 1 januari 2022 € 100.000 spaargeld bezat. Als alleenstaande betaalde je daarover inkomstenbelasting en ontving je spaarrente. Je zou dan nu ca. € 101.000 aan spaargeld hebben. De inflatie zorgde ervoor dat de prijzen sindsdien ca. 21% hoger zijn geworden. Aan koopkracht hou je in dat geval ongeveer € 83.500 over. Je hebt dan dus in 5,5 jaar ongeveer € 16.500 ingeleverd aan koopkracht!
Beleggen als alternatief
Nu komt een jaar als 2022 gelukkig niet vaak voor en zul je de komende jaren naar verwachting veel minder koopkracht inleveren. Maar de vraag is: hoe kun je de koopkracht voorblijven? Het antwoord: beleggen in aandelen. Bedrijven berekenen namelijk de inflatie meestal door naar hun klanten. Daardoor zullen winsten zich ook ontwikkelen met ten minste een inflatiecorrectie. Zo zien we de afgelopen jaren de winsten van beursgenoteerde bedrijven ook fors toenemen en dat vertaalt zich terug in de beurskoersen. Had je bijvoorbeeld die € 100.000 op 1 januari 2022 belegd in de MSCI World Index (in Euro genoteerde variant), dan was de waarde na inkomstenbelasting nu ca. € 155.000 geweest, ondanks een negatief rendement in 2022 van bijna 13%. Na de 21% inflatiecorrectie zou je dan zo’n € 128.000 aan koopkracht overhouden, een forse toename dus.
Beleggen houdt ook een risico in. Zeker als je in aandelen belegt, zul je te maken krijgen met soms grote koersschommelingen. Het is niet zozeer een risico dat de koersen gaan schommelen, want je weet zeker dat dat gaat gebeuren. Het risico is dat je de beleggingen nodig hebt als er net een koersdaling is geweest. Daarom kun je beter niet beleggen als je het geld op korte termijn nodig hebt. Maar alleen met geld dat je voor de lange termijn kunt missen. Heb je het geld al eerder nodig, dan zijn inflatiegerelateerde obligaties ook interessant. Hierbij is de rente afhankelijk van de inflatie, waardoor je automatisch een bescherming krijgt tegen inflatie. Die rente is echter beperkt, waardoor je koopkracht normaliter niet verder zal stijgen.
Wanneer je jouw geld nodig hebt, kun je in beeld brengen met een financieel plan. Daarmee kom je tot het inzicht welk deel van jouw geld je voor de lange termijn kunt investeren in aandelen en welk deel van je geld je al op korte termijn nodig hebt. Begin daarom altijd met een financieel plan, voordat je begint met beleggen.
Vastgoed
Voor de vermogende belegger is vastgoed daarnaast nog een interessante categorie. De prijzen van vastgoed bewegen ook mee met de markt en kunnen net als aandelen soms dalen. Gemiddeld genomen stijgt de vastgoedwaarde echter ook en gemiddeld harder dan het inflatiecijfer. Daarnaast kun je vastgoed ook verhuren, bijvoorbeeld een tweede woning, een kantoor, winkelpand of industrieel pand. Die huurprijzen lopen ook op met inflatiecorrectie, waardoor je koopkracht met vastgoed doorgaans ook groter wordt.
Wil jij weten hoe je met jouw spaargeld om moet gaan? Een gecertificeerd financieel planner kan samen met jou een plan maken wanneer je jouw geld nodig hebt en welk deel je daarvan kunt investeren zodat jij de inflatie voorblijft en zelfs aan koopkracht wint.
