In Deel 2 van de driedelige reeks over filantropie stond centraal wat je financieel kunt missen en hoe geven past bij je eigen financiële basis. Want goed geven begint niet bij een fiscale regeling of juridische constructie, maar bij je waarden, doelen en financiële ruimte. Als die basis helder is, komt de volgende vraag: hoe richt je geven verstandig in? Dan spelen ook belastingregels, je testament, een eventuele bv en de keuze voor een passende vorm een rol.

De fiscale kant: even doorheen

Belasting is zelden het leukste deel van geld geven. Maar het hoort er wel bij. Niet omdat de Belastingdienst je goede hart moet beoordelen, maar omdat de wet op sommige punten geven stimuleert.

De hoofdregel is eenvoudig: giften kunnen onder voorwaarden fiscaal voordeel opleveren. Maar bij fiscale regels geldt bijna altijd: ja, als je aan de voorwaarden voldoet. En precies daar gaat het vaak mis.

ANBI en vereniging

Voor aftrek in de inkomstenbelasting moet je gift in beginsel gaan naar een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) of naar een vereniging die aan de voorwaarden voldoet. Een goed doel vraagt zelf de ANBI-status aan. De Belastingdienst houdt een overzicht bij van instellingen met zo’n status.

Dat is belangrijk. Want een sympathiek doel is niet automatisch een fiscaal erkend doel. Je kunt natuurlijk ook geven zonder fiscaal voordeel. Maar als je rekent op aftrek, moet de status kloppen.

Gewone giften en periodieke giften

Een gewone gift is fiscaal alleen aftrekbaar voor zover je boven de drempel uitkomt en onder het maximum blijft. Het drempelbedrag is 1% van het drempelinkomen is, met een minimum van € 60, en dat aftrek mogelijk is tot maximaal 10% van het drempelinkomen.

Een periodieke gift werkt anders. Daarbij spreek je af dat je minimaal vijf jaar lang eenzelfde bedrag geeft aan dezelfde ANBI of vereniging. Dat moet worden vastgelegd in een overeenkomst. Voor de aftrek van periodieke giften geldt geen drempel, maar wel een maximum van € 1.500.000 per jaar voor 2026.

Geven vanuit de bv

Heb je een bv, dan kan ook de bv onder voorwaarden een gift doen. Giften door een bv kunnen aftrekbaar zijn van de belastbare winst als zij worden gedaan aan een ANBI of vereniging, met een maximum van 50% van de winst en maximaal € 100.000.

Dat klinkt technisch, en dat is het ook een beetje. De praktische vraag is vooral: hoort de gift bij jou privé, bij je onderneming of bij allebei? Geld in de bv is niet hetzelfde als geld privé. En geven vanuit de bv heeft andere gevolgen dan geven vanuit privévermogen.

Daarom is dit typisch zo’n onderwerp waar je financieel planner en fiscalist samen naar moeten kijken. Niet omdat het ingewikkeld moet. Maar omdat een goed bedoeld gebaar fiscaal wel goed moet landen.

Schenken en nalaten aan een goed doel

Als je zomaar geld geeft aan een ander, kan dat een schenking zijn waarover schenkbelasting verschuldigd is. Ook bij overlijden kan erfbelasting spelen. Voor ANBI’s geldt een belangrijke uitzondering: een schenking of erfenis aan een ANBI is vrijgesteld van schenk- en erfbelasting, mits het geld wordt gebruikt voor het algemeen belang.

Dat maakt goede doelen ook interessant in estate planning. Niet omdat belastingbesparing het doel moet zijn. Eerst je doel. Dan je financiële huishouding. Dan de fiscale gevolgen. Niet andersom. Maar als je een goed doel toch wilt opnemen in je testament, is het wel relevant dat er geen schenk- of erfbelasting blijft hangen.

Groter geven: stichting of fonds op naam

Bij grotere vermogens komen er meer mogelijkheden in beeld. Denk aan een eigen ANBI-stichting of een fonds op naam.

Een eigen stichting geeft veel regie. Je kunt vooraf zelf bepalen welke doelen worden gesteund, hoe het bestuur eruitziet en hoe het vermogen wordt ingezet. Maar daar staat iets tegenover: regels, administratie, governance, verantwoording en continuïteit. Een stichting oprichten is één ding. Een stichting goed laten functioneren is iets anders.

Een fonds op naam is vaak praktischer. Dan hangt jouw fonds onder een bestaande ANBI of koepelstichting. Ars Donandi is bijvoorbeeld zo’n koepelstichting. Jij kunt vaak afspraken maken over doel, naam en besteding, terwijl de bestaande organisatie veel administratieve taken uitvoert. Minder eigen regie dan een eigen stichting, maar ook minder gedoe. En gedoe is in financiële planning een officiële risicocategorie. Nou ja, bijna dan.

Welke vorm past, hangt af van je vermogen, je betrokkenheid, je behoefte aan regie, je familie en de gewenste looptijd. Ook hier geldt: begin niet bij de constructie. Begin bij de bedoeling.

De rol van de financieel planner

Een gecertificeerd financieel planner is geen geweten op uurtarief. Hij of zij gaat niet bepalen of jij genoeg geeft, te weinig geeft of aan het juiste doel geeft. Dat is aan jou.

De planner helpt wel om de vraag te beantwoorden of geven past binnen je totale financiële huishouding. Wat gebeurt er met je buffer? Je pensioeninkomen? Je partnerpositie? Je kinderen? Je onderneming? Je belastingpositie? Je testament? Je liquiditeit?

De planner kan ook helpen om het gesprek met andere specialisten goed te voeren. Denk aan een fiscalist, notaris of filantropisch adviseur. Want geld geven raakt vaak meerdere vakgebieden tegelijk. En als meerdere vakgebieden tegelijk meedoen, is het fijn als iemand het totaalplaatje bewaakt.

De kern

Geld geven is meer dan een bedrag overmaken. Het is vermogen inzetten voor iets wat jij belangrijk vindt. Dat kan klein en praktisch. Dat kan groot en gestructureerd. Dat kan tijdens leven. Dat kan via je nalatenschap. Dat kan privé. Dat kan via de bv. Dat kan alleen. Dat kan met je familie.

Maar goed geven begint niet bij de fiscale regeling. En ook niet bij de constructie. Het begint bij je waarden en je doelen. Daarna kijk je wat je financieel kunt missen zonder je eigen basis te verzwakken. Vervolgens bepaal je aan welke thema’s je wilt bijdragen en op welke manier je dat wilt doen. Pas daarna komen de juridische en fiscale mogelijkheden.

Want een gift moet niet alleen goed voelen op het moment dat je hem doet. Hij moet ook passen in het leven dat jij wilt leiden, de verantwoordelijkheid die je hebt en de rust die financiële planning juist moet brengen.

Geven is dus geen sluitpost. Het kan een volwaardig onderdeel zijn van je financiële plan. Niet omdat je moet geven. Maar omdat vermogen soms pas echt betekenis krijgt als je weet wat je ermee wilt doen.

Gerelateerde berichten

Over schenken, filantropie en financiële planning | Deel 2: wat kun je geven en hoe past dat bij je financiële basis?
Over schenken, filantropie en financiële planning | Deel 1: Waarom geven bij financiële planning hoort
Waarom een boekhouder niet altijd voldoende is

Schrijf je in voor de nieuwsbrief 'Jouw Plan'

  • Elke verandering in je leven vraagt om financiële planning!
  • Blijf op de hoogte van relevante financiële onderwerpen!
  • Advies, tips en leuke podcasts!
Je ontvangt onze nieuwsbrief één keer per kwartaal. Je kunt je op elk moment afmelden via de afmeldlink in de nieuwsbrief.

Bedankt voor je inschrijving!

Vanaf nu krijg je elk kwartaal de FFP nieuwsbrief in je mailbox.