Officieel kent Nederland geen ‘vermogensbelasting’. Officieel is het namelijk een vermogensrendementsheffing. Dat is de box 3-belasting. Hoe zit dat dan? De Belastingdienst belast het rendement op jouw vermogen. Daar was de laatste jaren veel over te doen. Daarom gaat de wet veranderen in 2028. De Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel “Wet werkelijk rendement box 3”. Vanaf 2028 wordt alleen je werkelijke rendement belast. Dat is ten minste de bedoeling. Maar wat is dan dat ‘werkelijke rendement’? Dat hangt heel erg af van wat voor soort vermogen je hebt. Het wordt er ook vanaf 2028 niet eenvoudiger op! We gaan hier in op de hoofdlijnen van wat de nieuwe box 3-belasting voor jou gaat betekenen.
Hoe zit het ook alweer in 2026?
Op dit moment wordt het rendement op jouw vermogen ook al belast. Je moet 36% belasting betalen over het rendement dat je maakt met jouw vermogen. Over het rendement van een deel van je vermogen, hoef je geen belasting te betalen. Maar de Belastingdienst hanteert voor het rendement een zelf bedacht percentage – dat noemen ze een forfaitair of fictief rendement. Dat percentage is afhankelijk van wat voor soort vermogen je hebt: is dat spaargeld, zijn dat beleggingen, of juist schulden?
Als je het niet eens bent met de fictieve percentages die de Belastingdienst hanteert, dan mag jij aantonen dat je feitelijk een lager werkelijk rendement hebt gehaald. Dan hoef je dus minder belasting te betalen.
Wat verandert er dan in 2028?
Vanaf 2028 wordt direct gekeken naar het werkelijke rendement dat jij gehaald hebt. De Belastingdienst werkt dan dus niet meer met fictieve percentages. Jouw werkelijke rendement wordt ook belast tegen 36%. Het lijkt alsof er weinig verandert, maar dat is schijn!
Allereerst geldt geen vermogensvrijstelling meer vanaf 2028, maar een rendementsvrijstelling. Over de eerste € 1.800 aan rendement hoef je geen belasting te betalen.
Ten tweede gaat de Belastingdienst straks anders om met jaren waarin je verlies maakt op je beleggingen. Je mag dat verlies dan verrekenen met toekomstige winsten. Maar er zijn nog veel meer veranderingen, vooral als je onroerend goed hebt.
De grootste veranderingen gelden voor mensen met een tweede woning of ander onroerend goed.
Een tweede huis? Dan wordt het pas ingewikkeld!
Heb je onroerend goed, zoals een vakantiehuisje? En valt dat in box 3 van de Inkomstenbelasting? Dan wordt er vanaf 2028 gekeken naar twee soorten rendement: het directe rendement en het indirecte rendement.
Stel dat je je tweede woning verhuurt. Dan is de huur die je ontvangt een vorm van direct rendement. Je mag daar wel de kosten die je maakt voor de verhuur vanaf trekken. Dat mag in 2026 en 2027 nog niet. Die netto huur wordt vanaf 2028 elk jaar belast als direct rendement.
Verhuur je je tweede woning niet, maar gebruik je die zelf als vakantiehuisje? Dan ziet de Belastingdienst dit genot ook als direct rendement. Je moet dan elk jaar betalen voor het genot van dat vakantiehuisje.
Daarnaast stijgt de waarde van je tweede woning wellicht. Dat is een vorm van indirect rendement. De belasting over die waardestijging wordt pas belast als je die tweede woning verkoopt. Dus pas op het moment dat je die waardestijging realiseert.
Het wordt dus heel belangrijk om te weten hoeveel meer jouw tweede woning waard geworden is. Maar ook om goed bij te houden welke kosten je hebt gemaakt om die woning te verbeteren. Want die kosten mag je dan weer aftrekken van dat indirecte rendement.
Bespreek alle voor- en nadelen met je Financieel Planner
We hebben een klein inkijkje gegeven in de veranderingen in de box 3-belasting vanaf 2028. Maar alleen al de uitleg van de nieuwe wetgeving, bestaat uit ruim 132 bladzijden. Er zitten dus nog een heleboel extra aspecten aan de wet, die te ingewikkeld zijn om hier te vermelden.
Het is voor jou als belastingbetaler bijna niet te doen om precies te achterhalen wat de wetswijziging vanaf 2028 voor jou gaat betekenen. Gelukkig zijn daar professionals voor. Zo’n professional is een gecertificeerd Financieel Planner. Hij kijkt naar jouw vermogen en kan je dan haarfijn uitleggen wat de gevolgen zijn voor de belasting die jij moet gaan betalen. En of het verstandig is om iets anders te doen met jouw vermogen.
