De fiscale werkelijkheid weegt zwaarder dan de juridische vormgeving. Dat uitgangspunt is niet nieuw, maar recente rechtspraak laat opnieuw zien hoe ver dat kan gaan. Zelfs wanneer transacties op papier los van elkaar lijken te staan, kan de Belastingdienst toch vinden dat sprake is van een winstuitdeling aan de directeur-grootaandeelhouder (dga). Voor ondernemers met vastgoedstructuren, samenwerkende besloten vennootschappen of privéafspraken naast zakelijke contracten is dat een belangrijk aandachtspunt.
Twee losse overeenkomsten of niet?
In de zaak die voor de rechter kwam, speelde het volgende: een besloten vennootschap huurde een pand van een derde partij tegen een relatief hoge huurprijs. Op hetzelfde moment kreeg de dga privé een gunstige koopoptie op datzelfde pand. Op papier leken dit twee aparte transacties:
- de vennootschap sloot een huurovereenkomst;
- de dga sloot privé een optieovereenkomst.
Juridisch leek er daarom niets aan de hand. Maar de rechter keek verder dan alleen de contracten en kwam tot de conclusie dat de transacties met elkaar samenhingen:
- de vennootschap betaalde structureel een te hoge huur;
- de dga profiteerde van een relatief lage optieprijs;
- de afspraken hingen feitelijk met elkaar samen.
Daarom ontstond een situatie waarin de vennootschap financieel nadeel had, terwijl de aandeelhouder privé juist voordeel kreeg. En dat is fiscaal een probleem.
Wanneer ziet de fiscus dit als een winstuitdeling?
Veel ondernemers denken bij een winstuitdeling direct aan dividend. Maar fiscaal is dat een breder begrip. Ook zonder formele dividenduitkering kan sprake zijn van een voordeel dat een aandeelhouder krijgt ten koste van de vennootschap. Er moet dan wel sprake zijn van “dubbele bewustheid”:
- de vennootschap moet weten dat zij wordt benadeeld;
- de dga moet weten dat hij wordt bevoordeeld.
In dit geval vond de rechter dat daarvan sprake was. De vennootschap werd financieel benadeeld door de te hoge huur en de dga kreeg voordeel door de gunstige optieconstructie. Dat een derde partij betrokken was bij de transacties, maakte daarbij geen verschil. Vooral voor structuren waarbij meerdere overeenkomsten met elkaar samenhangen, is dit belangrijk.
Belastingheffing ontstaat eerder dan gedacht
De rechter oordeelde ook dat het voordeel van de dga direct belast was in box 2 op het moment dat de optie werd verstrekt.
Dat is opvallend. Veel mensen denken dat belasting pas ontstaat wanneer een optie daadwerkelijk wordt gebruikt of verkocht. Volgens de rechter was er meteen al sprake van een economisch voordeel. Toekomstige voordelen kunnen dus soms al meteen belast worden.
Een voordeel dat op papier nog onzeker lijkt, kan fiscaal dus toch al als gerealiseerd worden gezien.
Niet alleen gevolgen voor de directeur-grootaandeelhouder
De gevolgen blijven niet beperkt tot belastingheffing in box 2.
Als sprake is van een (verkapte) winstuitdeling, dan is het betreffende bedrag voor de vennootschap niet aftrekbaar. Daardoor kan ook extra vennootschapsbelasting verschuldigd zijn.
Ook ontstaat vaak discussie over de omvang van het voordeel:
- hoe hoog was het privévoordeel precies?
- welk deel van de transacties hing met elkaar samen?
- welke prijs zouden onafhankelijke partijen hebben afgesproken?
- waren de voorwaarden zakelijk?
Juist die vragen kunnen leiden tot lange discussies met de fiscus.
De economische realiteit blijft doorslaggevend
Deze uitspraak bevestigt opnieuw een belangrijk fiscaal uitgangspunt: de economische werkelijkheid gaat vóór de juridische vormgeving.
Dat betekent niet dat contracten onbelangrijk zijn. Goede overeenkomsten en zakelijke voorwaarden blijven belangrijk. Maar wanneer transacties economisch één geheel vormen, kijkt de fiscus verder dan de afzonderlijke overeenkomsten.
De belangrijkste vraag is daarom: zouden deze afspraken ook zijn gemaakt tussen volledig onafhankelijke partijen? Als het antwoord daarop onzeker is, kan een fiscaal risico ontstaan.
Zorg dat jouw structuur óók fiscaal klopt
Het is belangrijk dat een structuur aansluit bij de praktijk en ook fiscaal goed in elkaar zit. Zeker wanneer privébelangen en zakelijke transacties sterk met elkaar verweven zijn.
Belangrijk daarbij zijn:
- zakelijke waarderingen;
- onafhankelijke voorwaarden;
- duidelijke documentatie;
- transparante onderbouwingen;
- periodieke beoordeling van bestaande structuren.
Een Gecertificeerd Financieel Planner kijkt daarom niet alleen naar de juridische vorm, maar ook naar de fiscale en economische samenhang van jouw situatie. Juist daarmee voorkom je onverwachte discussies en belastingheffing achteraf.
Klik hier om naar de uitspraak te gaan van het Gerechtshof Den Haag.
