Opbouw pensioenaanvulling in het nauw door fiscale maatregel box 3

Datum: 12-09-2019 In:

Aan:
Zijne Excellentie staatssecretaris van Financiën, heer Snel

Betreft: Uw Kamerbrief Aanpassing box 3 d.d. 6 september 2019

De beroepsvereniging voor Financieel Planners (FFP), met een vertegenwoordiging van ruim 3.000 gecertificeerde financieel planners in Nederland, heeft met aandacht uw Kamerbrief Aanpassing box 3 bestudeerd. In het bijzonder vraagt FFP Uw aandacht voor een voor de consument zwaarwegend nadeel: de impact van Uw voorstel op de keuzevrijheid in de vermogensopbouw en de gevolgen die dit heeft voor de nu zo belangrijke individuele pensioenaanvullingen.

FFP en haar leden beogen dat financiële adviezen die de consument krijgt, altijd passend moeten zijn bij zijn persoonlijke situatie. Met de door U voorgestelde maatregel wordt de consument sterk beïnvloed bij de vaststelling van zijn beleggingsprofiel. Hij wordt er hiermee sterker toe aangezet te kiezen voor een profiel dat niet bij zijn persoonlijke situatie past. Hierdoor worden zijn financiële doelen, bijvoorbeeld gericht op opbouw van een aanvulling op zijn pensioenvoorziening, mogelijk niet bereikt. De Hoge Raad heeft namelijk in juni jl. geoordeeld dat belastingheffing in box 3 een buitensporig zware last is als 4% rendement langere tijd niet haalbaar is zonder (veel) risico te nemen.

Ons belangrijkste bezwaar tegen Uw voorstel is de onevenwichtigheid tussen de diverse spaar- en beleggingscategorieën. Met name het punt dat defensieve beleggingen in het voorstel relatief zwaar worden belast. Hierdoor wordt het fiscale stelsel een té dominante factor bij het bepalen van de beleggingsmix (ofwel assetallocatie). Anders gezegd: de consument wordt hierdoor gestimuleerd om een groter deel van zijn inleg te gaan sparen of een groter deel offensief te beleggen, wat niet past bij zijn beleggingsprofiel en waardoor hij zijn financiële doelen mogelijk niet, of niet op tijd bereikt. Dit kan grote consequenties hebben met name voor de pensioenaanvulling.

Het opbouwen van individuele financiële voorzieningen wordt steeds belangrijker, mede in het licht van de terugtredende overheid. Denk hierbij aan het nieuwe pensioenstelsel, zorg en het studie-leenstelsel. Uw voorstel treft een brede groep en vooral de middenklasse, gezinnen met een vermogen vanaf €60.000. Voor hen wordt een verantwoorde en effectieve vermogensopbouw heel lastig. We moeten ons realiseren dat deze groep belastingbetalers in de praktijk ook voor andere opties kiest dan beleggen. Lenen aan je kind voor de koop van een huis, betekent een vordering op je zoon of dochter. De marktconforme rente is 2,5%, het fictief inkomen voor de ouders bedraagt straks 5,33%.

FFP kan zich niet voorstellen dat de overheid met deze fiscale maatregel teveel invloed wil uitoefenen op de persoonlijk gekozen vermogensverdeling. Dit kan uiteindelijk tot een financiële mismatch leiden voor de zo belangrijke opbouw van financiële voorzieningen. FFP pleit er daarom voor om de heffing in te richten op basis van een neutraal uitgangspunt waarbij in elke categorie het werkelijke rendement wordt belast. Hierdoor ontstaat een level playing field tussen de verschillende assetklassen.

Wij doen een dringend beroep op U met bovenstaande rekening te houden bij de verdere invulling van de wetswijziging. Wilt U ons in de gelegenheid stellen om bovenstaande met voorbeelden uit de
adviespraktijk van onze leden bij U te komen toelichten? Dat zouden wij zeer waarderen.
Bij voorbaat onze hartelijke dank.

Een kopie van deze brief zullen wij ook met onze leden delen.

Met vriendelijke groet,

Rob van den Aker
Voorzitter Vereniging FFP