FFP pleit voor alternatief aanpassing Box 3

Datum: 04-02-2020

Amsterdam 4 februari 2020 - Box 3 voorgenomen maatregel heeft grote impact op de kleine en middelgrote belegger - FFP, de beroepsvereniging voor financieel planners, heeft in het najaar 2019 haar zorg geuit naar het Ministerie van Financiën over de kamerbrief aanpassing Box 3.

Hoe staat het er nu voor?

Voor deze zomer zal het ministerie met een wetsvoorstel komen. FFP wil daarom op voorhand nogmaals haar standpunt voor het voetlicht brengen en een alternatief toelichten. Aan het huidige voorstel van Ministerie van Financiën kleven volgens FFP forse nadelen die effect hebben op kleine tot middelgrote beleggers die vermogen opbouwen voor hun aanvullend pensioen. Deze groep wordt steeds groter, met name door de lage rente op sparen.

Met de huidige door het Ministerie van Financiën voorgestelde maatregel wordt de consument sterk beïnvloed bij de vaststelling van zijn beleggingsprofiel. Hij wordt er hiermee sterker toe aangezet te kiezen voor een profiel dat niet bij zijn persoonlijke situatie past. Hierdoor worden zijn financiële doelen, bijvoorbeeld gericht op opbouw van een aanvulling op zijn pensioenvoorziening, mogelijk niet bereikt. De Hoge Raad heeft in dit verband in juni jl. geoordeeld dat belastingheffing in box 3 een buitensporig zware last is als 4% rendement langere tijd niet haalbaar is zonder (veel) risico te nemen.

 

Het huidige voorstel van Ministerie van Financiën kan uiteindelijk tot een financiële mismatch leiden voor de zo belangrijke opbouw van persoonlijke financiële voorzieningen. Het opbouwen van individuele financiële voorzieningen wordt bovendien steeds belangrijker, mede in het licht van de terugtredende overheid.

 

FFP pleit voor een alternatief. Houd bij de berekening in de nieuwe systematiek rekening met een verlaagd tarief voor de eerste € 250.000 aan bezittingen en schulden.
We veronderstellen dat tot dit bedrag 2/3 (zeer) defensief wordt belegd en 1/3 deel offensief wordt belegd. Het tarief wordt dan bepaald door 1/3 * 5,33% en 2/3 * 0,06%.

Hieronder zijn enkele voorbeelden uitgewerkt die FFP ook bij de politiek onder de aandacht gaat brengen.

 

Welke consumenten moeten alert zijn?
Juist de beleggers met een vermogen tot ca. € 250.000 worden onevenredig zwaarder belast dan in de huidige systematiek. Wat betekent het bijvoorbeeld:

 

1).
Voor de gepensioneerde die de afgelopen jaren zelf € 200.000 aan defensief beleggingsvermogen heeft opgebouwd voor aanvulling op zijn inkomen en daarnaast
€ 20.000 aan spaargeld heeft?
Huidige belasting in box 3: € 1.476
Plan 2022: € 3.258 => dit is een verhoging van 220%
FFP alternatief: € 927 => dit is een verlaging van 37%

 

2).
De ouders die vanaf de geboorte de kinderbijslag hebben belegd in een beleggingsrekening. Inmiddels is er € 80.000 opgebouwd voor de studie van hun drie kinderen.
Zelf hebben ze € 30.000 aan spaargeld.
Huidige belasting in box 3: € 261
Plan 2022 € 1.149 => dit is een verhoging van 440%
FFP alternatief € 217 => dit is een verlaging van 17%

Defensieve beleggingen bieden een gematigd rendement van 1% tot 3%. Dus lang niet de forfaitair veronderstelde 5,33%. Alleen als kleine beleggers met een zeer offensief profiel beleggen, zouden zij meer rendement kunnen verwachten dan de genoemde 5,33%. Maar dat past vaak niet bij de kleine belegger, want die wil dat soort risico’s helemaal niet nemen. Of hij moet alles omzetten in spaargeld, maar dan betalen ze een negatieve rente aan de bank en holt hun vermogen achteruit.

Argument van de overheid is dat veel beleggers hun vermogen onderbrengen in onroerend goed.
Dat zijn ook de beleggers uit het volgende voorbeeld, die zeker geen 5,33% rendement maken op dit onroerend goed.

 

3).
De gepensioneerde die gelijkvloers is gaan wonen en uit de overwaarde een garagebox van €75.000 heeft gekocht en nog € 25.000 spaargeld over heeft om leuke dingen van te doen.
Deze ‘belegging’ levert hem niets op.
Huidige belasting in box 3 € 207
Plan 2022 € 1.060 => dit is een verhoging van 510%
FFP alternatief € 186 => dit is een verlaging van 10%

Degene die de afgelopen jaren gebruik hebben gemaakt van de systematiek in box 3 en schulden hierin hebben ondergebracht worden zwaarder belast. Zij betaalden de afgelopen jaren echter wel heel weinig belasting.

 

4).
De directeur aandeelhouder die vermogen heeft in zijn BV en € 2.000.000 aan zichzelf heeft uitgeleend, tegen een rente van 1% per jaar, te betalen aan zijn eigen BV. Met het geleende geld wordt belegd in aandelen en verhuurd onroerend goed, totale waarde € 2.100.000. Het gemiddeld rendement op dat soort beleggingen ligt tussen de 8% en 10%.
Huidige belasting in box 3 € 240
Plan 2022 € 16.675 => dit is een verhoging van 6948%
FFP alternatief € 15.418 => dit is een verhoging van 6424%

Bij een rendement van 8% levert dit vermogen € 168.000 op, de effectieve belastingdruk bedraagt dan nog steeds minder dan 10%.

Voor de grote belegger die met geleend geld belegt zijn de verschillen merkbaar. Voor de grote belegger die ook spaargeld heeft, zal het lage tarief op het spaargeld het hogere tarief op de beleggingen compenseren.

 

5).
Voor een particulier met € 1.000.000 aan beleggingen en € 200.000 aan spaargeld betekent het:
Huidige belasting box 3: € 14.334
Plan 2022: € 17.365 => dit is een verhoging van 21%
FFP alternatief: € 14.452 => dit is een verhoging van 1%

 

Dit is weliswaar een verzwaring, maar met een dergelijk hoog vermogen is het financieel gezien mogelijk wat meer risico te nemen op een deel van de beleggingen, waardoor ook een hoger rendement kan worden verwacht.