Wet- en regelgeving per 01-01-2019

Sinds 1 januari 2019 is er weer een en ander veranderd in de wet- en regelgeving. Hierbij de belangrijkste wijzigingen op een rij, gerangschikt op thema.


Werk en inkomen: veranderingen in 2019



  • Het minimumloon is omhoog gegaan.
































































Tabel: minimumloon per maand, week en dag (bruto bedragen per 1 januari 2019)
Leeftijd Per maand Per week Per dag
22 jaar en ouder € 1.615,80 € 372,90 € 74,58
21 jaar € 1.373,45 € 316,95 € 63,39
20 jaar € 1.131,05 € 261,05 € 52,21
19 jaar € 888,70 € 205,10 € 41,02
18 jaar € 767,50 € 177,15 € 35,43
17 jaar € 638,25 € 147,30 € 29,46
16 jaar € 557,45 € 128,65 € 25,73
15 jaar € 484,75 € 111,85 € 22,37


  • Per 1 januari 2019 is de hoogte van een aantal uitkeringen aangepast. Het gaat om de bijstand, de IOAW en IOAZ, de AOW en de Anw. De hoogte van de WW-, WIA-, WAO- en de ZW-uitkering hangt onder meer af van het laatstverdiende loon en het maximumdagloon. Per 1 januari 2019 stijgt het bruto maximumdagloon van € 211,42 naar
    € 214,28.

  • De regels voor kleine en heel kleine pensioenen veranderen. Pensioenen van minder dan € 2 bruto per jaar mogen komen te vervallen. Pensioenen die liggen tussen € 2 en € 474,11 mogen niet meer worden afgekocht. Pensioenuitvoerders gaan deze uitkeren vanaf pensioengerechtigde leeftijd. Zij doen dit zelf of mogen het ook laten samenvoegen met andere pensioenen en het laten uitkeren door het pensioenfonds waar iemand zijn hoofdpensioen heeft.

  • Het inzicht in pensioenrechten zal vanaf september 2019 verbeterd zijn. De overheid wil korte pensioenoverzichten en wil ook starters beter informeren.

  • De maximale transitievergoeding bij ontslag is per 1 januari 2019 € 81.000 of een bruto jaarsalaris als dat hoger is dan € 81.000. In 2017 was dit € 79.000.

  • Door een wijziging van de tarieven voor de inkomstenbelasting hoeven mensen met een inkomen boven de € 20.000 minder belasting te betalen.

    • De algemene heffingskorting is omhoog gegaan. Daardoor hoeven mensen met een inkomen tot € 68.507 minder belasting te betalen.

    • De arbeidskorting is omhoog gegaan. Daardoor hoeven mensen met een inkomen tussen de € 10.000 en € 41.000 minder belasting te betalen.

    • De inkomensafhankelijke combinatiekorting (IACK) heeft een andere opbouw gekregen. Het basisbedrag van € 1.052 verdwijnt, maar het opbouwpercentage is gestegen van 6,16% naar 11,45%.



  • Voor buitenlandse werknemers is de looptijd van de 30%-regeling van maximaal 8 naar 5 jaar gegaan. Bij deze regeling hoeven zij over een deel van hun salaris geen belasting te betalen.


Familie en gezin: veranderingen in 2019



Gezondheid, zorg en sport: veranderingen in 2019





  • Voor de eigen bijdrage Wlz is de vermogensinkomensbijtelling omlaag gegaan van 8% naar 4%. Dat betekent dat een kleiner deel van uw eigen spaargeld meetelt voor uw eigen bijdrage voor langdurige zorg. Bijvoorbeeld in het verpleeghuis.

  • De vrijwilligersvergoeding gaat omhoog. Het kabinet onderstreept het maatschappelijke belang van vrijwilligers, in 2019 mogen vrijwilligers maximaal 170 euro per maand vergoed krijgen en maximaal 1.700 in het jaar. Over de bedragen hoeft geen loonheffing te worden ingehouden.


Wonen en leefomgeving: veranderingen in 2019



  • De huur van uw huis mag vanaf 1 juli 2019 maximaal 4,1% tot 5,6% omhoog, als u in een sociale huurwoning woont. Dat is het geval als de huur in 2019 niet méér dan € 720 per maand bedraagt. Boven de € 720 per maand is sprake van ‘vrije sector’ en mag de verhuurder zelf bepalen wat hij aan huurverhoging vraagt.

  • Als het huishoudinkomen minder is dan € 42.436 bruto per jaar, geldt het maximum van 4,1% mogelijke verhoging, wie daarboven komt heeft een maximale huurverhoging van 5,6%.

  • Twee groepen hebben ook te maken met de beperking van 4,1%: als een van de inkomens afkomstig is iemand die AOW-gerechtigd is, of als het huishoudinkomen komt van 4 personen of meer.

  • Als u in 2019 een huis gaat kopen, kunt u nog maar een hypotheek afsluiten tot 100% van de waarde van uw koophuis, als u gebruik wilt maken van de fiscale renteaftrek. Voor alles wat u méér leent dan de waarde van de woning, geldt geen fiscale aftrek. Dit betekent dus ook dat kosten, zoals advies-, notaris- of taxatiekosten, niet meer kunt meefinancieren.

  • De kostengrens voor een hypotheek met Nationale Hypotheek Garantie (NHG) is gekoppeld aan de gemiddelde woningprijs. Per 1 januari 2019 stijgt de kostengrens voor de NHG naar € 290.000. Voor woningen waarin wordt geïnvesteerd in energiebesparende voorzieningen, stijgt de NHG-kostengrens naar maximaal € 304.700.

  • Voor mensen met een inkomen boven € 68.507 is de hypotheekrenteaftrek omlaag gegaan van 49,5% naar 49%. Heeft u een lager inkomen? Dan heeft deze verandering geen invloed op uw aftrekposten.

  • Woont u in een monument? Dan kunt u mogelijk in aanmerking komen voor een subsidie voor onderhoud van monumenten. Voorheen was deze subsidie een fiscale aftrek.


Consumenten: veranderingen in 2019




  • Een gemeente mag maximaal € 6,07 extra vragen voor een paspoort. Een paspoort kost in 2019 maximaal € 71,37 voor volwassenen en € 53,97 voor kinderen. Een identiteitskaart kan € 5,78 duurder zijn geworden. Maximaal € 56,83 voor volwassenen en € 29,95 voor kinderen. Gemeenten mogen ook minder geld vragen of een extra toeslag bij spoed.

  • Vanaf februari komt er een subsidie voor immaterieel erfgoed. Bijvoorbeeld voor schutterijen en gildes, maar ook voor erfgoed zoals graffiti, zomercarnaval en Keti Koti.


Ondernemers: veranderingen in 2019



Bronnen: www.rijksoverheid.nl, www.belastingdienst.nl en www.ondernemersplein.nl