Vermogensrendementsheffing 2017

Veranderingen in de box-3-belasting: wat zijn de gevolgen voor u?
Voor de vermogensrendementsheffing – ofwel de belasting die u in box 3 – gaat er in 2017 veel veranderen. De veranderingen zijn positief voor kleine spaarders en beleggers. Maar als u meer vermogen hebt, gaat u juist meer belasting betalen.

Tot nu was de heffing namelijk voor elke belastingplichtige gelijk, want de fiscus stelde dat voor iedereen een rendement van 4% haalbaar was. Dit werd het forfaitair rendement genoemd. Feitelijk betaalde iedereen in box 3 dus 1,2% belasting (30% van 4%) over zijn belastbare vermogen. Vanaf 2017 worden vermogens echter in categorieën onderverdeeld. Elke categorie krijgt zijn eigen forfaitair rendement: voor lage vermogens rekent de fiscus met een lager rendement dan voor hogere vermogens.

 

De belangrijkste wijzigingen

  • De belastingvrije voet gaat omhoog naar € 25.000 per fiscale partner
  • Er komen drie vermogenscategorieën: een belastbaar vermogen tot € 75.000, een belastbaar vermogen tussen € 75.000 en € 975.000 en een belastbaar vermogen van meer dan € 975.000.
  • Elke categorie krijgt zijn eigen verhouding tussen sparen en beleggen. Voor de eerste categorie rekent de fiscus met een verhouding 67% sparen en 33% beleggen. Voor de tweede is die verhouding 21% sparen en 79% beleggen en voor de derde 100% beleggen. Omdat beleggen gemiddeld meer oplevert dan sparen, geldt voor de categorieën een oplopend forfaitair rendement.
  • De forfaitaire rendementen worden elk jaar opnieuw vastgesteld. Voor 2017 zijn deze respectievelijk 2,87%, 4,60% en 5,39%.

 

Gevolgen voor de praktijk
Grofweg gaat iedereen met een vermogen tot zo’n € 325.000 er in de nieuwe situatie op vooruit.

  • Tot 2017: 30% x 4% x € 325.000 = € 3.900
  • Voortaan: 30% x 2,87% x € 75.000 plus 30% x 4,6% x € 250.000 = € 645,75 plus € 3.450 = € 4.095,75

Hebt u meer vermogen? Dan boet u in de nieuwe situatie dus in op uw kapitaal. De beste manier om dit te voorkomen is meer beleggen. Daarbij zijn vooral alternatieve beleggingen steeds interessanter.

 

Er zit nog meer in box 3
In box 3 zitten niet alleen uw contant geld, spaargeld en beleggingen. Ook in box 3 vallen (verpande) kapitaalverzekeringen die gekoppeld zijn aan uw hypotheek. Zijn deze vóór 14 september 1999 afgesloten? Dan is per fiscale partner de eerste € 123.428 vrijgesteld van vermogensrendementsheffing. Is de waarde van de polis hoger? Dan betaalt u over het meerdere vermogensrendementsheffing.

 

Verleggen van box 3 naar box 2?
Het lijkt een slimme truc door beleggingen over te hevelen van box 3 naar box 2. Toch komt u dan bedrogen uit. Ook de fiscus weet inmiddels dat beleggers kunnen besparen door middel van vrijgestelde beleggingsinstellingen (VBI’s) of buitenlandse beleggingslichamen.

In het Belastingplan 2017 is daarom een verhoging opgenomen van het forfaitaire voordeel uit een aanmerkelijk belang in zo’n instituut: die gaat van 4% naar 5,5%. Daarmee gaat dit forfaitair voordeel weer gelijk op met het hoogste forfaitaire rendement in box 3. Toch kan het interessant blijven om grote vermogens naar box 2 over te brengen.

 

De juiste keuzes
Zeker als u een aanzienlijk vermogen hebt, kan de nieuwe vermogensrendementsheffing gevolgen hebben voor uw vermogensopbouw. Zijn alternatieve beleggingen iets voor u? Blijft box 2 als oplossing voor u misschien toch interessant? Een gecertificeerd financieel planner met het FFP-keurmerk verplaatst zich in uw situatie en helpt u om de keuzes te maken die bij uw leven passen.