Belastingplan 2017

Welke fiscale veranderingen kunnen van invloed zijn op uw inkomen en vermogen?
In 2017 kunnen diverse fiscale wijzigingen effect hebben op uw inkomen en vermogensopbouw. Die veranderingen staan allemaal in het Belastingplan 2017. Na de Tweede Kamer is op 20 december 2016 ook de Eerste Kamer akkoord gegaan met dit plan. Hieronder hebben we de belangrijkste punten voor u op een rij gezet.

 

Inkomstenbelasting / kortingen
De belastingtarieven in de tweede en derde schijf zijn in 2017 40,8% (2016: 40,4%). Over het deel van uw inkomen dat hoger is dan € 67.072 (2016: € 66.422) betaalt u in 2017 52% belasting. AOW-gerechtigden betalen in de eerste twee schijven 18,65% en 22,9% (2016: 18,65% en 22,45%).

De maximale arbeidskorting is verhoogd naar € 3.223 (2016: € 3.103). Vanaf een inkomen van € 32.444 neemt de korting af. Wanneer uw inkomen hoger is dan € 121.972 ontvangt u geen arbeidskorting. De maximale algemene heffingskorting stijgt naar € 2.254 (2016: € 2.242). Ook gaat het kindgebondenbudget omhoog.

Huishoudens met een inkomen tot € 36.057 èn die recht hebben op ouderenkorting, ontvangen in 2017 € 1.292. Huishoudens met een hoger inkomen krijgen slechts € 71.

 

Hypotheekrente en schenken voor de eigen woning
De maximale hypotheekrenteaftrek gaat opnieuw omlaag met een half procent. Deze bedraagt in 2017 nog 50%. Wel is er weer de mogelijkheid om € 100.000 belastingvrij te schenken voor de aankoop, aflossing of verbouwing van de eigen woning.

 

Tijdklemmen KEW/BEW/SEW
Sommige kapitaalverzekeringen en bankspaarrekeningen vallen onder het fiscaal regime kapitaalverzekering eigen woning (KEW), spaarrekening eigen woning (SEW) of beleggingsrecht eigen woning (BEW). Tot en met 2016 kreeg u bij de uitkering van zo’n verzekering alleen vrijstelling als u minstens 15 of 20 jaar premie had betaald. Deze ‘tijdklemmen’ (de minimale periode waarin u premie moet hebben betaald) vervallen nu. Ook voor kapitaalverzekeringen die voor 2000 zijn afgesloten, is via een besluit hetzelfde van kracht geworden.

Wilt u in aanmerking komen voor fiscale vrijstelling voor de KEW, SEW of BEW? Dan moet u de uitkering wel gebruiken om – een deel van – uw eigenwoningschuld af te lossen. Ook moet u elk jaar voldoende premie hebben ingelegd. Als u aan beide voorwaarden voldoet, mag u minstens 10% per jaar boetevrij aflossen. De rest mag u in één keer aflossen zodra het gespaarde of belegde vermogen gelijk is aan de nog openstaande hypotheek.

Dankzij het vervallen van de tijdklemmen kunt u dus een KEW, SEW of BEW vervroegd afkopen zonder fiscaal nadeel. De keerzijde is wel dat uw kapitaalopbouw toeneemt naarmate de looptijd vordert. Met andere woorden: hoe eerder u afkoopt, des te lager uw rendement. Verder moet u waarschijnlijk voor een deel van uw eigenwoningschuld een alternatieve hypotheek afsluiten.

 

Pensioen in eigen beheer
Veel directeur-grootaandeelhouders hebben een pensioen in eigen beheer. Die mogelijkheid is sinds kort echter afgeschaft. Laat u daarom goed voorlichten over een oplossing voor het verdwijnen van dit ‘dga-pensioen’.

 

Werkruimte en representatie
De regels voor het aftrekken van huurkosten zijn nu strenger. Kosten mag u alleen nog aftrekken als het om een zelfstandige werkruimte gaat. Werkruimte waarmee u een belangrijk deel van uw inkomen verdient.

Het percentage van ‘gemengde’ kosten (zoals representatiekosten) gaat voor ondernemers voor de inkomstenbelasting wat omhoog. Deze bedraagt in 2017 80%. De stijging geldt niet voor ondernemers die vennootschapsbelasting betalen. Voor hen geldt het oude percentage van 73,5.

Oninbare vorderingen
De teruggaafregeling voor oninbare vorderingen wordt eenvoudiger. Dat komt door de introductie van een éénjaarscriterium. U kunt daardoor btw terugclaimen die u al hebt voldaan. Uw vordering moet dan wel één jaar na opeisbaarheid nog niet zijn betaald. Is uw vordering vóór 1 januari 2017 opeisbaar geworden? Daarvoor is een overgangsrecht in het leven geroepen.

De regeling is ook op een andere manier vereenvoudigd: u kunt het geld nu via de reguliere aangifte omzetbelasting terugvorderen. Een apart teruggaafverzoek is dus niet meer nodig, behalve als u de vordering van een ander hebt overgenomen.
Let op: het omgekeerde geldt als u een schuld niet hebt betaald. Dan bent u na een jaar weer de omzetbelasting verschuldigd die u eerder had afgetrokken.

 

De juiste keuzes

Fiscale zaken zijn doorgaans ingewikkeld. Juist aangezien een verandering van één aspect ook gevolgen kan hebben voor andere aspecten. Een gecertificeerd financieel planner met het FFP-keurmerk verplaatst zich in uw situatie en helpt u om de keuzes te maken die bij uw leven passen.