Verstandig lenen bij familie

Datum: 10-02-2018 In: hypotheek

Bij het opruimen van oude financiële artikelen kwam ik een verhaal in een consumentengeldgids uit 2003 tegen over starters die moeten lenen bij familie. De problemen van starters zijn blijkbaar van alle tijden.

Met de kennis van nu is het leuk om zo’n artikel te lezen. Starters kwamen er ook destijds moeilijk tussen op de woningmarkt. En al zolang ik dit werk doe zijn er bezorgde politici die Kamervragen stellen over de penibele positie van de starter.

Toch is er vandaag meer aan de hand. Ik merk de laatste jaren dat ouders veel vaker betrokken zijn bij het helpen van de starter – maar inmiddels ook bij de doorstromer. Soms zelfs is het zo dat kinderen hun ouders weer helpen bij het kopen van een woning. Wat is er anders dan vroeger? Hoe komt het dat doorstromers of zelfs ouders hulp nodig hebben bij het kopen van een woning?

Family raising a toast

Een belangrijke verandering is dat je niet alle kosten meer kunt meefinancieren. Waar je vroeger zelfs een deel van de inrichting kon betalen uit de hypotheek, moet je nu eigen geld hebben om de kosten koper te betalen. Bij dit soort kosten kun je bijvoorbeeld denken aan belastingen en notaris- of advieskosten. Ook doorstromers lopen hier tegenaan. De overwaarde van een woning is niet altijd voldoende om deze kosten te dekken.

Waar in 2003 familie vooral bijsprong om de maximale leencapaciteit te vergroten, gaat het nu om het betalen van alle kosten bij de start van de woning, de dubbele lasten, een verbouwing of de inrichting. Soms kan iemand prima voldoende lenen, maar heeft hij geen of weinig spaargeld. Dit is de reden dat niet alleen de starter, maar ook de doorstromer of zelfs ouderen hulp nodig kunnen hebben.

Het geld van familie kan een uitkomst zijn. Maar let wel goed op. Huizenkopers gaan er te gemakkelijk vanuit dat je het maximale hypotheekbedrag bij de bank kunt halen en daarbovenop nog een lening bij familie kunt afsluiten. Dat is niet waar. De bank beschouwt deze situatie als overkreditering en zal de hypotheek verlagen. Je kunt natuurlijk vinden dat de bank niets te maken heeft met alle leenactiviteiten die jij ontplooit naast je hypotheek. Maar de bank denkt daar anders over. Die zal de herkomst van het geld dat jij meebrengt toetsen en dan komt deze lening vrijwel altijd naar voren.

Soms bedenken mensen slimme constructies. Ze laten bijvoorbeeld de verbouwing achteraf door de ouders bekostigen. Banken zijn hier terecht huiverig voor. In 2006 sloot ABN AMRO een hypotheek af met een huizenkoper, van wie de bank wist dat hij het restant bij familie zou lenen. De huizenkoper kon de familielening toch niet terugbetalen, waardoor uiteindelijk ABN AMRO in januari van dit jaar –dus twaalf jaar na dato nog– voor een deel van de schade aansprakelijk is gesteld. Terecht. Ook in de familiesfeer moet iemand een lening wel kunnen betalen.

Hoe kunnen ouders of familieleden dan wél bijspringen als de huizenkoper geen spaargeld paraat heeft? Een schenkingsprogramma kan een uitkomst zijn. Ouders kunnen bijvoorbeeld jaarlijks een schenking doen aan hun kind. Door deze schenking zijn de lasten weer betaalbaar.

Bedenk ook dat het heus niet altijd nodig is om een heel groot bedrag te lenen. Huizenkopers zijn soms al gebaat bij een bedrag van 5000 euro.

Vergeet tenslotte de emotionele aspecten niet. Als het mis gaat met een familielening kan dat de relaties behoorlijk verstoren. Leg zaken dus goed vast, zodat een familielening de band versterkt in plaats van afbreekt.