De (fiscale) charme van een oldtimer

Datum: 01-08-2018 In: advies

Rijden in een oldtimer is niet alleen leuk, het is ook fiscaal interessant. Mits je je aan een aantal voorwaarden houdt.

Een aantal jaar terug was ik de bijtelling van mijn zakelijke auto beu. Ik maakte vrijwel alleen woon-werkritjes en een hele dure hybride of elektrische auto kopen was dus ook geen goed idee. Mijn oog viel op een Volkswagen Kever uit 1973. Die keuze was vooral financieel gedreven. Een van mijn zakelijke relaties zei: “Of je bent gevallen voor een oude liefde óf het is een fiscale truc. Jou kennende is het dat laatste.” Inmiddels rijd ik een aantal jaar in de oldtimer en ga ik hem niet meer wegdoen. Ik ben hem om meer dan alleen fiscale redenen leuk gaan vinden.

Toch moet je op een aantal zaken letten als je een oldtimer –of de iets jongere variant: de youngtimer– aanschaft. Gezien de schadelijke uitstoot is de wens van steeds meer gemeenten om oude auto’s terug te dringen uit het straatbeeld. Ik heb geluk, maar ik ken mensen die hun auto hebben weggedaan, omdat deze regels enorm effect had op hun mobiliteit. Als je niet meer bij je huis of werk kunt komen, is de auto ineens een blok aan je been.

Ik ben van mening dat het autovraagstuk iets genuanceerder ligt. Je moet niet alleen naar de CO2-uitstoot kijken tijdens het rijden, maar naar de totale CO2-uitstoot van productie tot sloop. In mijn geval heb ik dan een zeer energiezuinige auto, want er hoefde geen nieuwe auto voor geproduceerd te worden. Als ik een elektrische auto gekocht had, dan was de CO2-uitstoot van de productie zo groot geweest, dat ik wel heel erg lang woon-werk had moeten rijden om dit te compenseren.Fotolia_183455118_S.jpg

 

Een ander punt is de afschrijving. De waarde van een nieuwe auto neemt door waardevermindering of afschrijving hard af. Met oldtimers is de waardevermindering minimaal. Het is eerder zo dat de laatste jaren de prijs juist toeneemt. Steeds meer mensen kopen een oldtimer als belegging. En ik kan zeggen: het is een leuke belegging. In aandelen kun je niet lekker rondrijden. In een oldtimer wel.

Hoewel een oldtimer weinig waardevermindering heeft, is er wel sprake van fors meer onderhoud. Onderdelen kunnen schaars zijn en deskundige monteurs zijn schaars. Ook is er sneller sprake van roestvorming. Hoewel ik dit wel had ingecalculeerd, is het toch zuur geld bij forse beurten.

Ook de wegenbelasting van een oldtimer is beperkter. In de regel hebben mensen een oldtimer als extra auto om mee te toeren. Gebruik je hem dagelijks, dan is de motorrijbelasting wel hoger. Als je een bedrijf hebt, kun je de auto ook op de zaak zetten. De onderhoudskosten zijn dan ‘voor de zaak’ en je bijtelling gaat over de aanschafwaarde. Op die manier kun je privé heel voordelig rijden. Het moet dan wel mogelijk zijn om zakelijk in zo’n auto te rijden. Als je dagelijks onderweg bent, dan is een auto met meer comfort en veiligheid belangrijker.

Ook de verzekering is goedkoper dan een reguliere autoverzekering. Omdat vrijwel alle oldtimers weinig gebruikt wordt, is de premie daarop gebaseerd. Als je de auto wel dagelijks gebruikt, heb je daardoor een verkapt premievoordeel. Ook allrisk verzekeren is daardoor heel betaalbaar.

Schaf je dus een oudere auto aan, luister dan niet alleen naar je hart, maar overweeg ook de financiële aspecten.