De financiële transitie naar gasloos wonen

Datum: 14-03-2019 In: advies

Ineens richten financiële instellingen zich enorm op de energietransitie. Begrijpelijk, want de energietransitie is een immens financieel vraagstuk. De financiële wereld probeert daar uiteraard op in te spelen – met wisselend succes.

Er is bijvoorbeeld ruimte om extra te lenen voor investeringen in energie. Hierbij kun je denken aan isolatie, energiereductie en het opwekken van energie. Andere stimulansen zijn subsidies, belastingvoordelen en speciale leningen vanuit de overheid of banken. De huidige regelgeving biedt al veel aan, maar financiële instellingen faciliteren dit nog niet altijd. Soms hebben ze ook nog hun eigen interpretatie van deze regels. Het is een speelveld dat hard in ontwikkeling is, maar nog niet uitgekristalliseerd. Banken buitelen over elkaar heen om zo groen mogelijk te lijken, maar zijn zelf vaak nog zoekend.

Zelf hebben wij vorig jaar al de keus voor gasloos wonen gemaakt, kort voor de politiek besloot dat Nederland van het gas af moet. We moesten toch ons pand compleet renoveren, dus een duurzame stap vooruit maken leek ons verstandig. Een van de redenen was dat vrijwel zeker de gasprijs zou gaan stijgen, waardoor de terugverdientijd veel korter zou zijn.
Voor ons was de kosten-batenanalyse niet gemakkelijk inzichtelijk te krijgen. We hebben een bureau ingeschakeld dat alles heeft doorgerekend. Dan kom je erachter dat een warmtepomp eigenlijk een energievreter is en dat je hem moet combineren met zonnepanelen om je energierekening betaalbaar te houden. Ook is het enorm van belang om goed te isoleren.gas-station-1688175_1280

Om de energierekening betaalbaar te houden, moesten we ook fors investeren in aanverwante zaken. Wij hebben gekozen voor lage-temperatuurverwarming. Het hele leidingsysteem moest vervangen worden. Duurdere soorten radiatoren, meer zonnepanelen. Ik ben benieuwd hoe deze energietransitie bij andere woningen in de bestaande voorraad gaat plaatsvinden. Iemand die een prima huis heeft, moet financieel en technisch forse aanpassingen doen.

Daarnaast zijn er nog andere vraagstukken, zoals de ruimte die de installatie inneemt. Je hebt namelijk de ruimte van een kleine keuken nodig voor de apparatuur. Die ruimte gaat ten koste van je reeds bestaande vierkante meters. Ook zie je dat onze zonnepanelen in de winter weinig opleveren en de warmtepomp in de winter juist piekt in zijn verbruik. Op individueel niveau kun je wel ‘s zomers leveren aan het net en ‘s winters weer gebruik maken van het stroomnet, maar als iedereen dit gaat doen heb je op collectief niveau wel een vraagstuk. Stroom opslaan is namelijk nog een enorme uitdaging.

Ook hebben wij een buitenluchtwarmtepomp en die geeft een zoemend geluid. Als iedere huishouden dit soort apparaten aan zijn gevel gaat hangen, dan heb je geluidsvervuiling. Ook voor de uitstraling van historische kernen zijn buitenluchtwarmtepompen niet per se positief. Ik denk dat gemeentes moeten investeren in collectieve systemen waar er bijvoorbeeld warmte aan oppervlaktewater of de bodem wordt onttrokken om te voorkomen dat een complete buurt vol komt te hangen met lelijke, zoemende apparaten.

Verder denk ik dat het stroomverbruik juist omhooggaat. De nieuwe warmtepompen kunnen meestal ook koelen – en wat je hebt ga je vaak ook gebruiken. Uiteindelijk is echte duurzaamheid het gedrag aanpassen en gewoon minder energie gebruiken.